Nieuws & Evenementen

ISVAG vraagt hervergunning van de huidige installatie aan

ISVAG heeft bij de Vlaamse overheid een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend, voor

·        De hervergunning van de (verdere exploitatie) van de bestaande installatie aan de huidige capaciteit van 159.000 ton niet-recycleerbaar, huishoudelijk afval per jaar.

·        De uitkoppeling van warmte en de aanleg van het warmtenet op het eigen terrein.

ISVAG heeft een milieuvergunning voor de eindverwerking van huishoudelijk afval  tot november 2020. Om de verwerking van het niet-recycleerbaar huishoudelijk restafval van de meer dan 1 miljoen inwoners uit de Antwerpse regio ook na november 2020 te kunnen blijven garanderen, is het dus noodzakelijk om voor de bestaande installatie een omgevingsvergunning aan te vragen.

Met de huidige installatie produceert ISVAG elektriciteit voor meer dan 25.000 gezinnen. Met de vrijgekomen warmte zou daarnaast ook een warmtenet kunnen gevoed worden. Daarom wil ISVAG in de omgevingsvergunning ook de uitkoppeling van warmte naar een nieuw aan te leggen warmtenet mee opnemen. Dit is meteen ook de reden waarom ISVAG wenst over te gaan tot een vervroegde hervergunning.

De plannen van ISVAG voor de aanleg van het warmtenet sluiten aan bij de ambitieuze klimaatdoelstellingen van de stad Antwerpen – klimaatneutraal tegen 2050 –, en bij het “Uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval” (2016-2022) van de Vlaamse afvalmaatschappij OVAM, dat stelt dat  er in Vlaanderen geen plaats meer is voor laag-energetische afvalverbrandingsinstallaties.

Het Milieu Effecten Rapport (MER) voor de hervergunning van ISVAG kwam er na adviezen van de gemeenten Antwerpen en Aartselaar, het Agentschap voor Natuur en Bos, de Vlaamse Milieumaatschappij, het Departement Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse overheid, e.a.. Het MER werd in november 2017 door de Vlaamse overheid goedgekeurd, en maakt integraal deel uit van de (her)vergunningsaanvraag van ISVAG.

Uit het goedgekeurde MER blijkt dat geen gezondheidseffecten te verwachten zijn met betrekking tot de activiteiten van ISVAG. De milieueffecten van de  ISVAG afvalverwerkingsinstallatie zijn op alle onderdelen van het MER (lucht, geluid, bodem, water en mobiliteit) verwaarloosbaar tot beperkt negatief, zo stelt het MER.

Voor verwerkingsinstallaties als ISVAG zijn er heel strikte normen waaraan de emissies moeten voldoen en dit wordt nauwgezet gecontroleerd. ISVAG doet er alles aan om zo ver mogelijk onder de toegestane grenswaarden te blijven.  Dat blijkt duidelijk uit de meetresultaten die dagelijks op de website van ISVAG worden gepubliceerd: ISVAG behoort tot de properste leerlingen van de klas afvalverwerkers in Vlaanderen en in Europa.

De uitstoot van ISVAG is dus heel laag, zo blijkt ook het vergelijkend onderzoek van professor Sylvia Lenaerts van de Universiteit Antwerpen, voor de emissiewaarden van ISVAG voor stikstofoxiden (NOx), fijn stof, dioxines en vluchtige organische stoffen, die ze vergeleek met andere bronnen:

  • Stikstofoxiden (NOx): meer dan helft van de totale uitstoot van NOx in Vlaanderen is afkomstig van het verkeer. De volledige sector van de afvalverwerking in Vlaanderen draagt slechts 0,88% bij aan de uitstoot van stikstofoxiden.
  • Fijn stof: uit het rapport van de Universiteit Antwerpen blijkt dat vooral huishoudens (43%) en het verkeer (25%) verantwoordelijk zijn voor de uitstoot van fijn stof. Afvalverwerkingsinstallaties als ISVAG hebben slechts een aandeel van 0,02% in de totale uitstoot van fijn stof in Vlaanderen. Voor ISVAG betekent dat dat de volledige jaaruitstoot overeenkomt met 48 huizen die met houtkachels worden verwarmd.
  • Dioxines: ook hier hebben de huishoudens het grootste aandeel in de dioxine-emissies (78%), veel meer dan de 1,8% door alle afvalverbrandingsinstallaties samen in Vlaanderen. De uitstoot van dioxines door ISVAG is vergelijkbaar met gemiddeld 410 huishoudens.

ISVAG heeft altijd open en transparant gecommuniceerd over het huidige vergunningstraject en over het uitgebreide wetenschappelijke onderzoek dat de voorbije jaren is gevoerd. ISVAG kijkt de procedure voor de hervergunning dan ook met vertrouwen tegemoet.

Mogelijke bezwaarschriften tegen de hervergunning van ISVAG zijn een wezenlijk onderdeel van het vergunningstraject – dat is voor ISVAG evident.

ISVAG betreurt wél dat er – ook door publiek-rechterlijke instanties - halve en hele onwaarheden worden verspreid over de hervergunning van ISVAG, waarbij de studies van wetenschappelijke instellingen als de Universiteit Antwerpen, het VITO en diverse buitenlandse universiteiten als onbetrouwbaar worden weggezet. Zo wordt ook de integriteit van sommige van onze beste en internationaal meest gereputeerde onderzoekers in Vlaanderen in twijfel getrokken – wat ISVAG zeer betreurt.

Over de aanvraag tot hervergunning van ISVAG loopt een openbaar onderzoek, nog tot 10 maart 2018. Tijdens het openbaar onderzoek kan de aanvraag worden geraadpleegd op www.omgevingsloketvlaanderen.be  (projectnummer 2017007490) of aan het loket van de afdeling Vergunningen, Francis Wellesplein 1, 2018 Antwerpen. U kunt hiervoor terecht op dinsdag, donderdag en vrijdag van 9 tot 12 uur.

In oktober 2016 keurde de Raad van Bestuur van ISVAG ook de plannen goed om een nieuwe verwerkingsinstallatie te bouwen op de huidige site, ter vervanging van de bestaande installatie. Volgens de planning zou die pas in 2022 operationeel kunnen zijn. Voor de bouw van deze nieuwe installatie wordt nog dit jaar een afzonderlijke omgevingsvergunning aangevraagd, en is eerder al een afzonderlijke MER-procedure opgestart. Beide vergunningsprocedures, de verlenging van de bestaande installatie en de bouw van een gloednieuwe, zullen elkaar dus voor een deel overlappen in de tijd.