Nieuws & Evenementen

Overzicht studies en adviezen ISVAG

Wetenschappelijke studies en technologische vooruitgang hebben de voorbije jaren steeds centraal gestaan in het beleid en de keuze van ISVAG om te investeren in de bouw van een nieuwe afvalenergiecentrale en de aanleg van een warmtenet. ISVAG kijkt vooruit en wil investeren in baanbrekende technologie en infrastructuur. Partnerschappen met universiteiten en wetenschappelijke studiecentra in binnen- en buitenland scherpen de kennis binnen ISVAG aan: innovatie en wetenschappelijke vooruitgang blijven ook in de toekomst centraal staan in het streven naar de best mogelijke manier om het restafval van meer dan 1 miljoen burgers om te zetten in duurzame energie. U vindt hier een overzicht van de wetenschappelijke studies die de jongste jaren in opdracht van ISVAG zijn uitgevoerd.

Op 12 oktober 2016 keurde de Raad van Bestuur van ISVAG de plannen goed voor de bouw van een nieuwe afvalenergiecentrale op de huidige locatie, in Wilrijk. Die beslissing is gebaseerd op een lange reeks studies, onderzoeken en adviezen die werden opgemaakt door experten in binnen- en buitenland. Alle rapporten zijn beschikbaar op onze website.

Meest gereguleerde sector, meest onderzochte installatie

In 2010 werd de milieuvergunning van de huidige installatie voor 10 jaar verlengd. ISVAG koos toen zelf voor een kortere looptijd van de vergunning en legde zichzelf ook een streefwaarde van de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) op. ISVAG wilde immers continu openstaan voor nieuwe technologische ontwikkelingen en de lat voor zichzelf hoog leggen. In de afgelopen jaren toonden verscheidene tussentijdse evaluatierapporten aan dat ISVAG ruimschoots voldoet aan alle normen. De Toekomststudie van het consortium Ecobel vormde mee de basis voor deze beslissing. In 2012 werd aan professor Susanne Rotter van de Technische Universiteit Berlijn gevraagd een technische evaluatie van de ISVAG installatie op te maken t.o.v. Europese ontwikkelingen. Studiebureau Seneka stelde in 2013 een tussentijds evaluatierapport op.

Eind 2013 werd aan Deloitte opdracht gegeven om een toekomstscenario na 2020 uit te werken. Deze studie wees uit dat ISVAG best zelf blijft instaan voor de verwerking van huishoudelijk restafval van haar vennoten. Ook bleek dat, indien een nieuwe installatie gebouwd wordt, een correctie van de verwerkingscapaciteit noodzakelijk is om al het restafval opnieuw zelf te verwerken. Tegelijk bevestigde de Raad van Bestuur dat ISVAG de focus op het verlagen van emissies wenst te behouden en gaf aan dat de uitrol van een warmtenet bekeken moest worden. Aan VITO werd gevraagd om de studie van Deloitte te beoordelen in een afzonderlijke review.

In 2015 werd bij het Deense bureau Ramboll een voorstudie van een nieuwe afvalenergiecentrale besteld. 

ISVAG besloot zich niet enkel op dit rapport en deze voorstudie te baseren. Het bestelde een bijkomend locatie- en mobiliteitsonderzoek bij Transport & Mobility Leuven en liet professor Silvia Lenaerts van het departement lucht, energie en watertechnologie van Universiteit Antwerpen de impact van ISVAG-emissies op de omgeving in kaart brengen. De ontwerpversie van de Ramboll voorstudie werd voorgelegd aan een zeer uitgebreide externe wetenschappelijke adviesgroep, die elk een adviesnota opstelden: professor Thomas Christensen (Universiteit Kopenhagen), professor Peter Quicker (Technische Universiteit Aken, die ook een studie over alternatieve verwerkingstechnieken publiceerde, de integrale versie van die studie vindt u hier), professor Karl Vrancken (Universiteit Antwerpen en VITO), professor Silvia Lenaerts (Universiteit Antwerpen) en Hakan Rylander (gewezen CEO van SYSAV Zweden en gewezen President van International Solid Waste Association).

In september 2016 werden de studies en plannen voorgelegd aan een klankbordgroep, onder leiding van een externe moderator. Voor het verslag van deze bijeenkomst, klik hier.

Ook na de beslissing in 2016 van de Raad van Bestuur van ISVAG over de bouw van een nieuwe afvalenergiecentrale in Wilrijk blijven we ons oor te luister leggen bij experten in binnen- en buitenland, om de jongste technologische evoluties op de voet te volgen of de impact van mogelijke investeringen te kennen. 

In 2017 maakte de Universiteit Antwerpen een wetenschappelijke nota, Raming emissiereductie bij implementatie van een warmtenet op restwarmte, een nota van het UA-departement EMIB (Energy and Materials in Infrastructure and Buildings) over de mogelijke reductie van emissies, indien huishoudelijke verwarmingsinstallaties zouden aansluiten op een warmtenet. 

Eveneens in 2017 leverde VITO haar eindrapport van de studie, Energetische evaluatie van mogelijke alternatieve inplantingslocaties van de nieuwe verbrandingsoven van ISVAG.

In februari 2019 maakte de Universiteit Antwerpen een aanvullende studie, Impact van het warmtenet van ISVAG op de emissies in de omgeving, (UA, Sustainable Energy, Air & Water Technology), In deze studie, uitgevoerd door de UA-onderzoeksgroep Duurzame Energie, Lucht en Watertechnologie, wordt bestudeerd welke impact er is op de lokale emissies wanneer de huidige residentiĆ«le en tertiaire verwarmingsinstallaties vervangen worden door een warmtenet. Om dit te bestuderen wordt de effectieve uitstoot van de klassieke verwarmingsinstallaties in kaart gebracht en vergeleken met de reductie die bekomen kan worden door de warmte van een centrale eenheid te laten komen, in dit geval de afvalenergiecentrale van ISVAG.

En in februari 2020 maakte het VITO (Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek) een aanvullende studie, Warmteleveringspotentieel ISVAG, om de potentiĆ«le warmteafnemers van de afvalenergiecentrale van ISVAG optimaal in kaart te brengen.